Periodiek beleggen: zo werkt een vast bedrag per maand
Wie elke maand een vast bedrag belegt, hoeft nooit te kiezen wanneer hij instapt. Dat heet periodiek beleggen of dollar-cost averaging. Het haalt de timing uit je handen, maar het is geen garantie op een betere koers.
Wat periodiek beleggen is
Bij periodiek beleggen leg je op een vast moment een vast bedrag in, bijvoorbeeld elke eerste werkdag van de maand 200 euro in een wereldwijde ETF. Je kijkt daarbij niet naar de koers. Staat die hoog, dan koop je minder stukken. Staat die laag, dan koop je er meer.
In het Engels heet dit dollar-cost averaging, afgekort DCA. Het idee is niet nieuw, maar sinds brokers automatische maandinleg aanbieden is het voor particuliere beleggers de meest gebruikte manier om vermogen op te bouwen.
Waarom het werkt voor de meeste beleggers
Het grootste voordeel is niet financieel maar praktisch: je hoeft nooit te beslissen of dit een goed moment is om in te stappen. Dat is precies de beslissing waarop veel beleggers vastlopen. Wie wacht op een dip, ziet de markt vaak eerst verder stijgen, en twijfelt bij de dip opnieuw.
Een vast schema haalt die twijfel weg. De inleg gaat door bij goed en slecht nieuws, en dat beschermt tegen de bekendste fout: verkopen of stoppen op het moment dat de koersen het laagst zijn. Meer over dat mechanisme lees je in emotie bij beleggen.
Het rekeneffect
Omdat je bij lage koersen meer stukken koopt, ligt je gemiddelde aankoopprijs onder het gemiddelde van de koersen op je inlegmomenten. Een eenvoudig voorbeeld met drie maanden en steeds 300 euro:
- Maand 1: koers 30 euro, je koopt 10 stuks
- Maand 2: koers 20 euro, je koopt 15 stuks
- Maand 3: koers 30 euro, je koopt 10 stuks
Je legde 900 euro in voor 35 stuks, gemiddeld 25,71 euro per stuk. Het gemiddelde van de drie koersen was 26,67 euro. Dat verschil ontstaat vanzelf, zonder dat je iets hoeft te voorspellen. De DCA-calculator rekent je gemiddelde aankoopprijs uit voor je eigen aankopen.
Is ineens beleggen dan slechter?
Niet per se. Wie een groot bedrag ineens beschikbaar heeft, bijvoorbeeld door een erfenis, haalt historisch gezien vaker een hoger rendement door het direct te beleggen. Aandelenmarkten stijgen op de lange termijn vaker dan ze dalen, dus geld dat langer belegd is, heeft meer tijd om te groeien.
Gespreid instappen is daar een verzekering tegen pech: je voorkomt dat je alles inlegt vlak voor een flinke daling. Die zekerheid kost gemiddeld wat rendement. Voor de meeste mensen speelt die keuze overigens niet, omdat ze gewoon elke maand geld overhouden van hun inkomen. Dan is periodiek beleggen de natuurlijke vorm.
Waar je op let
- Transactiekosten: bij een vaste prijs per order eten kleine maandbedragen een groot deel van je rendement op. Kies een broker met gratis of goedkope periodieke inleg, zie broker kiezen. Let daarnaast op de lopende kosten van het product zelf.
- Wat je koopt: periodiek beleggen werkt het best met een breed gespreid product. Een enkel aandeel kan structureel blijven dalen, een wereldwijde index doet dat historisch niet. Zie aandelen versus ETF.
- Volhouden: het effect zit in de jaren. Wie na een daling van twintig procent stopt, mist juist de goedkope aankopen.
Hoe lang voordat het telt
De eerste jaren bepaalt vooral je eigen inleg de waarde van je portefeuille. Pas na tien jaar of langer gaat het rendement over eerder rendement zwaar meewegen. Dat is het effect van rente op rente, en het verklaart waarom vroeg beginnen met een klein bedrag vaak meer oplevert dan later beginnen met een groot bedrag. Wil je weten hoeveel jaar je met je maandbedrag nodig hebt om een bepaald doel te halen, gebruik dan de doelcalculator.